interview rtv Noord over Dreumer

Rene Walhout interviewde Bert Hadders over zijn nieuwe liedje ‘Dreumer’.

Bert Hadders presenteert lied over Joodse familie Stoppelman uit Pekela

Bert Hadders (Foto: René Walhout/RTV Noord)

Bert Hadders (Foto: René Walhout/RTV Noord)Streekgenoten; Joden in de Veenkoloniën, onder die titel bracht Bert Hadders vorig jaar samen met Beno Hofman en het Veenkoloniaal Symfonie Orkest een voorstelling rond de muzikale Joodse familie Stoppelman uit Oude Pekela. Dreumer, een van de liedjes uit die voorstelling, is door Hadders opgenomen en uitgebracht.GESCHREVEN DOOR René Walhout
Verslaggever

Eigenlijk hadden ze toen een programma willen maken over het Joodse leven in de Veenkoloniën dat niet over de Jodenvervolging zou gaan. Maar dat bleek ook in het geval van de familie Stoppelman onmogelijk, want vrijwel het hele orkest werd uiteindelijk vermoord in een Duits vernietigingskamp.

Eerste dansje

In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw was er in Oude Pekela en wijde omstreken geen feest of het orkest van Lazarus Stoppelman was van de partij. Menig Veenkoloniaal waagde in die tijd zijn eerste dansje op de muziek van het orkest van Stoppelman. Het enige wat van het orkest is overgebleven, is een oude foto.

De foto van het orkest

Afbeelding

Geruchten uit Duitsland

‘Over de familie Stoppelman is verder niet zoveel bekend behalve die mooie foto’, vertelt Bert Hadders. ‘Ik ben daar omheen gaan fantaseren en stelde me voor hoe een van die zoons tegen zijn vader zegt dat hij naar Palestina wil omdat hij ziet aankomen dat het niet goed gaat komen. Er zijn geruchten uit Duitsland, vluchtelingen vertellen over hoe het daar gaat.’

Vermoord in nazikampen

In Dreumer laat Hadders vader Stoppelman tegen zijn zoon zeggen dat hij maar beter in de Veenkoloniën kan blijven: ‘Dit is jouw land. ‘

‘Het vreselijke aan dit verhaal is dat de hele familie behalve vader, die stierf voor de Tweede Wereldoorlog, is omgekomen. Vermoord in de nazikampen’, zegt Hadders. ‘Dat geeft het liedje extra lading. Voor mij in ieder geval.’

De violen van Heta Salkolathi

‘Voor mensen die de Nozems gewoon zijn is het wel even wennen’, zegt Hadders over de muziek van Dreumer. De zanger schakelde Gijs van Veldhuizen in om het liedje te arrangeren en op te nemen. Hij is niet alleen gitarist in Swinder, Van Veldhuizen runt ook een opnamestudio in Stad.

Hadders: ‘Ik kwam bij hem en hij liet me een nieuw liedje van Eva Waterbolk horen en die had hij heel mooi gearrangeerd. Ik heb hem gevraagd of hij ook mijn liedje zo zou willen opnemen.’

Opvallend zijn onder meer de violen van de Groningse muzikante Heta Salkolathi. ‘Zij heeft het heel vaak ingespeeld zodat het lijkt alsof het een heel symfonie-orkest is.’
 
Dreumer van Bert Hadders is te beluisteren via Youtube en Spotify.

Poolse bruid recensie 3

Voor de Theaterkrant schreef Luuk Verpaalen een prachtige recensie over het theaterstuk de Poolse Bruid
waarvoor Bert Hadders en Joost Dijkema de muziek schreven :’Een hartverscheurend mooie voorstelling.’ . Lees het hier.

Poolse Bruid recensie 2

‘Twee formidabele rollen laten de voorstelling zinderen.’


Bert Hadders en Joost Dijkema maakten de muziek voor de theatervoorstelling De Poolse Bruid. NRC’s Elisabeth Oosterling schreef erover.

Recensie Poolse Bruid 1

Hoe een tekst voort kan stuwen

Bert Hadders en Joost Dijkema maakten de muziek voor theaterstuk de Poolse Bruid. Jos Visscher recenseerde voor het Dagblad van het Noorden.

Voor wie nog gaat kijken: vergeet de film. Ja, het is het bekende verhaal en ergens vormt het scenario de basis, maar Jibbe Willems heeft er een geheel eigen toneeltekst van gemaakt, eigenlijk een eigen, autonoom stuk. Niet voor niets – en waar zie je dat nog – is er een tekstboekje verkrijgbaar.

En wat een mooie en geraffineerde tekst is het geworden. Insteek: bij gebrek aan een camera leg je gewoon alles in de mond van twee acteurs: flashbacks, vooruitzichten en niet op een toneel te spelen gebeurtenissen. Dat is voor de toeschouwer aanvankelijk wel even zoeken, want Willems husselt verschillende theatrale vertelvormen door elkaar. En vaak vertellen de acteurs over zichzelf en over elkaar in de derde persoon. Als dat maar goed gaat, denk je dan, want in het begin staat de tekst het drama behoorlijk in de weg. Gelukkig nemen de makers de tijd en wordt het bijna sluipenderwijs pakkender, dreigender.

Nog even in het kort dan: een Poolse vrouw ontsnapt aan haar criminele belagers en zoekt haar toevlucht tot een boer. De toenadering verloopt moeizaam, ook al door de taalbarrière en de cultuurverschillen, maar geleidelijk ontstaat er toch een band en een zekere intimiteit. Totdat het noodlot dan toch onvermijdelijke toeslaat. Een noodlot dat in het theater moeilijk te verbeelden is, maar door die prachtige tekst van Willems wordt dat noodlot huiveringwekkend verteld.

En verder is alles in deze voorstelling adembenemend minimaal. Regisseuse Lies van de Wiel, doorgaans erg beeldend in haar voorstellingen voor Vooropleiding Theater De Noorderlingen, heeft aan drie tafels genoeg. De imposante ruimte van de schuur van boerderij De Haver heeft ook niet veel meer nodig. En de zon die door de bovenramen naar binnen schijnt, is al bijna een lichtontwerp op zich. En de beide acteurs, Lotte Dunselman en Paul van der Laan, houden hun emoties toch vooral heel knap in zichzelf. De musici Bert Hadders en Joost Dijkema mogen trouwens eveneens niet onvermeld blijven: ook de muziek is minimaal. Maar wel heel erg effectief. Alles staat hier in dienst van de tekst.

Op pad met Henk Scholte

Kinderen van De Höchte ‘hebben stief hun best doan’

ALTEVEER Christelijke basisschool De Höchte in Alteveer kreeg gisteren bezoek van Henk Scholte (op de foto rechts) van Centrum Groninger Taal & Cultuur en zanger Bert Hadders (links met gitaar). De dertien kinderen van groep 7/8 hadden, aldus Scholte, ‘stief hun best doan ’ op de raadsels en vragen in de Groningse editie van het Nedersaksische tijdschrift Wiesneus , uitgebracht in het kader van Meertmoand Dialectmoand en op een aantal scholen verspreid. De leerlingen kregen het boek Katjewaai van Gré van der Veen. Foto Harry Tielman

(overgenomen uit het Dagblad van het Noorden van 23 mei 2019

‘Wederom een topplaat’

Prachtige recensie van Ronnie Weessies op www.festivalinfo.nl.

Amper een jaar na het afscheid van zijn succesvolle formatie De Nozems presenteert de Groningse dialectmuzikant Bert Hadders al zijn eerste soloalbum. Echt verrassend kun je deze snelle terugkeer niet noemen, want hij putte voor Kokelekodeels uit dezelfde bron als op de laatste plaat van zijn vorige band. Jarenlang heeft de geboren Drent (vlak over de grens, in het dorp met de prachtige naam Tweede Exloërmond) speciaal voor het radioprogramma De Centrale van RTV Noord liedjes geschreven, waarvan luisteraars het onderwerp mochten bepalen. Dat deden ze door aan het ‘Rad van Kokeleko’ te draaien, waarbij het pijltje uiteindelijk op een typisch Gronings thema of een belangwekkende regionale gebeurtenis belandde.

Kokeleko is een streekgebonden begrip voor poeha, druktemakerij om niets. Opvallend genoeg doet Hadders het op de gelijknamige langspeler het een stuk rustiger aan dan met zijn Nozems. Gitaar en banjo zetten de toon op deze Americana-achtige plaat, waarbij artiesten als Woodie Guthrie en Pete Seeger als referentie gelden, al zullen liefhebbers van Johnny Cash’ American-serie het mogelijk ook kunnen waarderen. Dat laatste zit hem vooral in het melodieuze gitaarspel van Joost Dijkema, een jonge gitaardocent die door Hadders is gepromoveerd tot zijn partner-in-crime voor dit project. Met zijn verfijnde vingers geeft hij de toch al sterke nummers extra cachet.

Zo tovert hij de ballade ‘Station Van Daam’ om tot een van de hoogtepunten van het album. Een lied waarin het deprimerende treinstation van Appingedam dient als beeld voor een knipperlichtrelatie met een vrouw. Hadders stelt dit station nog positief voor, want anders dan hij beweert, kun je er op geen enkel moment van de dag iets lekkers kopen. Een andere plek waar volgens de artiest weinig te beleven valt, is de maan. Als we het even vermakelijke als aanstekelijke nummer ‘Doen Op De Moan’ mogen geloven, kun je daar niet veel meer dan jezelf bezatten (‘doen’ is Gronings voor dronken).

Het laatstgenoemde lied handelt over een werkloze die in het kader van een ruimtevaartprogramma naar de maan wordt geschoten. Werk komt als thema meerdere keren terug op het album en wel op klassiek-Groningse wijze, waarbij de arbeider met een loontje van ‘vief stuvers in ’t uur’ mag spreken van een ‘moagerbestoan’. Verder getuigen nummers als het ingetogen ‘Oog Veur N Oog’ en het veel luchtiger ‘Domnee, Domnee’ van Hadders’ christelijke opvoeding. Vorig jaar is de 57-jarige veteraan in het noordelijke muziekcircuit onderscheiden met de K. ter Laan-prijs, als erkenning voor zijn grote verdiensten voor het Groningse dialect. Met Kokeleko onderstreept hij nog eens hoe terecht die prijs aan hem werd toegekend. Bert Hadders heeft andermaal een topplaat afgeleverd.

Site design: Digital Magician