Onsterfelijk

‘Bert Hadders is onsterfelijk geworden’

Bert Hadders (rechts) speelde tijdens de uitreiking van de K. ter Laanprijs enkele liedjes met Joost Dijkema. Foto Duncan Wijting

SLOCHTEREN Met het winnen van de K. ter Laanprijs is Bert Hadders, aldus voorzitter Nane van der Molen van ’t Grunneger Bouk , ,,onsterfelijk geworden’’.

De toekenning was reeds bekend, de overhandiging van de 1000 euro en het beeldje van kunstenaar Natasja Bennink vond gisteren plaats in restaurant De Boerderij in Slochteren. Hadders bedankte in zijn speech tientallen mensen. De opsomming, waarbij hij de toegestane tijd ruimschoots overschreed, ging lang goed, tot hij bij zijn broer Roelof kwam die hem op zo vaak had geholpen. Toen brak zijn stem.

Bert Hadders (1962) is de 33ste winnaar van de K. ter Laanprijs en zijn naam verdwijnt nooit meer uit de annalen van de geschiedenis van Groningen, meer precies de Groninger taal en cultuur.

Hans Gerritsen mocht, als voorzitter van SONT (Streektaal-Organisatie in het Nedersaksisch Taalgebied) het juryrapport voorlezen en dat deed hij in het dialect. Dat had hij echter beter niet kunnen doen voor een zaal met honderd diehardGroningers. Het was duidelijk dat de oud-Groningse gedeputeerde en ex-burgemeester van Haaksbergen geen native speaker was.

Wel maakte Gerritsen nog eens duidelijk waarom Hadders de prijs meer dan verdiende. Voor zijn niet-aflatende inzet voor de streektaal en als er niet zoveel muziek in hem zat, zou hij ‘een stille kracht’ zijn.

De ‘rock-’n-roller met zijn malle petje’ werkte als putjesschepper, circusact, bandmanager en bibliothecaris, schreef in 1998 zijn eerste liedje en verwierf zich daarna een plek in de muziekwereld, tot en met theaterprogramma Kokeleko met gitarist Joost Dijkema, met wie hij gisteren enkele liedjes ten gehore bracht.

Hadders was niet alleen blij met het geld. De eerdere beeldjes die hij won waren zo lelijk dat hij ze in het café liet staan, deze ging mee naar huis. De laureaat merkte overigens nog fijntjes op dat hij opgroeide in Tweede Exloërmond en aldus vermoedelijk de eerste Drentse winnaar was van deze Groningse prijs.

Jury maakt kortlijst Dagblad van het Noorden streektaalprijs 2018 bekend

De Drents/Groningse muziektheatervoorstelling De Grup van Iemandsland is genomineerd voor de DvhN streektaalprijs 2018. foto Judith van der Meulen
 De Drents/Groningse muziektheatervoorstelling De Grup van Iemandsland is genomineerd voor de DvhN streektaalprijs 2018. foto Judith van der Meulen

Groningen en Drenthe zijn gelijkelijk vertegenwoordigd op de kortlijst van de Dagblad van het Noorden streektaalprijs 2018. In Groningen zit muziek, terwijl het in Drenthe zwart op wit staat.

In de categorie cd/dvd/overige dingen Marlene Bakker (Raif), Irene Wilkens (Sikkom Cult) en de Drents/Groningse muziektheatervoorstelling Iemandsland van De Grup (met o.a. Bert Hadders, Otto Groote en Erik Harteveld) naar de 1001 euro en eeuwige roem.

Poëzie en proza

De categorie poëzie en proza is een volledig Drentse aangelegenheid met De Paddenvanger van Anne Doornbos, Viooltjes an zee van Suze Sanders en Verjaag met mij de rikken van mien laand van Rieks Siebering.

De jury

De jury van de Dagblad van het Noorden streektaalprijs staat onder voorzitterschap van Eric van Oosterhout, burgemeester van Emmen. Hij wordt terzijde gestaan door Jannie Kuipers, Geesjen Doddema, Ingeborg Nienhuis en oud-Dagblad van het Noorden journalist Jan Wierenga.

Publieksprijs

De Dagblad van het Noorden streektaalprijzen worden zondag 14 april uitgereikt in theater De Winsinghof in Roden. Kort voor de prijsuitreiking worden de genomineerden middels een filmpje voorgesteld op de website van deze krant (www.dvhn.nl). U kunt dan stemmen op uw favoriet voor de publieksprijs.

Uit het plakboek

Begin deze eeuw waren er nog geen smartphones of Spotify.

Breedbandinternet bestond net en Bert Hadders had een gouden idee.

Beginnend reporter Herman Sandman schreef erover in de Groninger Gezinsbode.

Recensie Folkforum

Bert Hassers & Joost Dijkema - Kokoeleko


Bert Hadders & Joost Dijkema – Kokeleko
 
Platex Records 2019001 / www.berthadders.nl

Vorig jaar kwam een einde aan de samenwerking van Bert Hadders en zijn groep De Nozems. Het afscheid van elkaar werd gevierd met het uitbrengen van het album Tjeu, waarin het beste van tien jaar muzikale samenwerking werd verzameld. Bert Hadders ging echter onverdroten door met het schrijven van liedjes. Veel van die liedjes werden live gespeeld in een radioprogramma van RTV Noord. Aangezien er weinig voorbereidingstijd was, koos Hadders meestal voor een eenvoudige muzikale omlijsting. Een tiental liedjes vond zijn weg naar het nieuwste album Kokeleko.

Bert Hadders schrijft over echte mensen om hem heen, de kleine persoonlijke geschiedenissen en idem dito drama’s. Hij zingt in zijn teksten nadrukkelijk over arm en rijk, verstoorde arbeidsverhoudingen, misdaad en straf. Geschiedenissen uit het verleden met verrassende parallellen met het heden. Hij laat alle muzikale opsmuk achter zich en treedt in dit opzicht nadrukkelijk in de voetsporen van illustere voorgangers als Woody Guthrie en Pete Seeger.

Na De Nozems kwam Bert Hadders in contact met de talentvolle jonge gitarist Joost Dijkema. De samenwerking pakt op dit album werkelijk voorbeeldig uit. Het gevarieerde, verfijnde gitaarspel van Dijkema tilt de muzikale omlijsting van Hadders’ liedjes naar een fraai hoger plan.

Op 5 april a.s. wordt de K. ter Laanprijs aan Bert Hadders uitgereikt voor zijn niet aflatende inzet voor de streektaalmuziek. Hadders is zelf het meest trots op zijn liedjes en hoopt dat de jury dat ook vindt. Getuige het niveau van de liedjes op dit album is dat voor de hand liggend. Kokeleko is streektaalmuziek op hoog niveau. Dit album, ook nog prachtig vorm gegeven, is een echte schot in de roos!

Assie Aukes

Petje af voor Kokeleko

Moors Magazine gaf zijn mening over Kokeleko

Bert Hadders heeft samen met zijn band De Nozems een aantal fantastische dampende Grunneger rockplaten gemaakt met teksten die verhalen vertelden over vooral Oost-Groningen. Die teksten komen eigenlijk nog beter tot hun recht in de setting die Hadders voor zijn nieuwe album heeft gekozen. Hij onderkende zijn eigen beperkte vermogens als gitarist en ging gitaarlessen nemen bij Joost Dijkema, maar al snel bleek dat het een veel beter idee was om samen met Dijkema te gaan spelen en zingen.

Kokeleko is een subliem album van Groningstalige liedjes waarin opmerkelijke Grunnegers centraal staan, waaronder eentje die, moet ik met enige schroom bekennen, nog verre familie is ook, namelijk Okke Kluun, de laatste Groninger die op de Grote Markt publiekelijk is opgehangen. Mooie intieme liedjes, door Hadders mooi gezongen, met fraaie subtiele gitaarbegeleiding van Joost Dijkema. We zouden de Nozems er bijna door vergeten, al was ik erg verknocht aan die lekkere Grunneger rock van die band. Maar dit is een erg mooi plaatje geworden. Petje af heren!

Streekgenoten in het DvhN

Een groet van Lassie en zijn familieorkest

‘Het was ineens alsof mijn eigen bassist in die wagon zat’

Beno Hofman vertelt het verhaal van de muzikale Joodse familie Stoppelman in Cultuurhuis De Klinker in Winschoten.foto huisman Mediainki de jonge

Ze schnabbelden op feesten en partijen, de Stoppelmannen, maar in de oorlog stierf de muziek samen met hen een stille dood. Tot gisteren.

Zichtbaar aangeslagen staat zanger-liedschrijver Bert Hadders op het podium van Cultuurhuis De Klinker in Winschoten. ‘Dreumer’, zingt hij, ‘Bist ’n dikke dreumer…’

Het is een van de vier liedjes die hij heeft gemaakt voor de muzikale voorstelling Streekgenoten; Joden in de Veenkoloniën , die op deze zondagmiddag in première gaat.

Achter hem staat het Veenkoloniaal Orkest, met dirigent Lubertus Leutscher op de bok. Hij laat de violen dansen, de houtblazers teder fluisteren, het publiek is muisstil en zelfs de hoesters houden even hun adem in.

Geschiedverteller Beno Hofman, in geruit kostuum gestoken, neemt een slok van zijn glaasje water. En aan de rand van het podium zit het Bolotny Trio van klezmermuzikanten Sergei Bolotny, Don Hofstee en Tim Nobel, die tevens arrangeerde.

‘Dien leven dat is hier en nou’, zingt Hadders. ‘Bouw die ’n huus, zuik die ’n vrouw…’

Hij is bleek.

Dit lied gaat over Har-tog Stoppelman, een zoon van Lazarus, een van de muzikanten van het familieorkest dat in de jaren 20 en 30 menig bruiloft en partij opluisterde.

Beno Hofman deed nauwkeurig onderzoek naar hun familiegeschiedenis en vertelt hun verhaal aan het publiek: hoe de familie Stoppelman zich in Oude Pekela vestigde, daar in de Veenkoloniën net als veel andere Joden heel veel werk niet mocht doen, en zich stortte op de muziek- en dansbusiness: dansleraren werden ze, en muzikanten in hun familieorkest. Hadders bezingt hoe de oudste zoon naar Palestina wil, maar daar door zijn eigen vader van af wordt gehouden. Het is een fantasieverhaallijntje. Niet echt gebeurd.

‘Dit vlakke laand is nou dien laand’, zingt hij. En: ‘Tou goa nait vot, blief hier bie mie, dien voader holt zoveul van die…’

Deze ruim twee uur durende muziekvoorstelling is een eerbetoon aan de familie Stoppelman uit Oude Pekela en vertelt tegelijkertijd iets over het rijke Joodse muziekleven in de Veenkoloniën.

Het fraai geïllustreerde boekje dat de voorstelling begeleidt, verhaalt over Lazarus Stoppelman die met zijn vrouw Bloemke een groot gezin van negen kinderen stichtte. Met zijn zeven zonen stichtte Lazarus zijn orkest. Een foto toont de mannen met hun instrumenten, de trommels, de viool, de contrabas, de trompet en de tuba en de klarinet. ‘Goede muziek’ zo luidde de wervende tekst van een advertentie uit die tijd: ‘concurrentie onmogelijk’.

Toen vader Lazarus in 1931 stierf, zetten zijn zonen en kleinzonen zijn muzikale erfenis voort. Alleen zijn oudste zoon Daniel ‘Lassie’ Lazarus en Hartog ‘Herman’ Stoppelman werden professioneel muzikant.

Bert Hadders is professioneel muzikant. Hij heeft ook wel vaak op bruiloften en partijen gestaan, goed, het was niet zijn allerliefste lievelingswerk, maar, dat weet elke muzikant met een beetje rock-’n-roll in zijn donder: spelen is spelen, een gig is een gig en met een paar consumptiebonnen en genoeg te ouwehoeren heb je zomaar een mooie avond.

Maar in de pauze, net, gebeurde er iets in De Klinker. Er kwam een man naar hem toe met een briefje, meneer Kuiper. Zijn vader had Lassie Stoppelman nog gekend. En op een dag, de oorlog was toen al een paar jaar aan de gang, stond de vader op het Hoofdstation in Groningen toen hij zijn naam hoorde roepen.

Hij keek: het was Lassie. In een wagon. Hij zei: ‘Doe ze nog ee’m de groet’n in Oal Pekel’.

Lassie werd, net als de andere leden van het niet te beconcurreren familieorkest Stoppelman, vermoord. Dus staat Bert Hadders op het podium en zingt zijn lied over de dromende muzikant en beseft ineens iets.

En na afloop van de voorstelling, als het publiek een staande ovatie heeft gebracht en de bloemen zijn uitgedeeld, zegt hij: ,,Ik zong over die familie, ineens zag ik Lassie, en werd het net alsof de bassist van mijn eigen bandje in een wagon zat, een jongen waarmee ik lol had kunnen hebben na het optreden. Ik dacht: ik zing voor deze mannen, zij kunnen het niet meer doen.’’

De voorstelling is nog te zien in Hoogeveen, Stadskanaal en Westerbork. Met de groeten van Lassie…

Site design: Digital Magician